Op vrijdagavond 4 maart vond opnieuw het maandelijkse Tannet diner plaats. Leden en bijzondere gasten kwamen bij elkaar op locatie Boerderij Langerlust in Amsterdam Zuidoost. Naast gastspreker Froukje Santing, waren PhD onderzoeker Floris Vermeulen en Raad van Advies- en oud-bestuursleden Ali Müjde en Melek Usta ook van de partij op deze bijzondere avond waarbij de integratie van Turken centraal stond.
Turken en integratie
De avond startte met een introductie van journaliste Froukje Santing die in de jaren ’80 en ‘90 correspondente was in Turkije. In 1999 keerde zij terug naar Nederland en studeerde de bachelor wereldreligies met islam als specialisatie aan de universiteit van Leiden en de master Islam in de moderne context aan de UvA (cum laude). Momenteel werkt ze als freelance journaliste, o.a. voor De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad en is ze bezig met het schrijven van een roman.

Santing startte het thema van de avond met een verwijzing naar het ‘bonding bridging’ effect waarmee de integratie van de Turken in Nederland onder de loep genomen kan worden. Volgens haar kan het hebben van twee culturen metaforisch uitgelegd worden als ‘Turks, met een scheutje Nederlands’ omdat een mengsel van twee culturen lastig van elkaar te scheiden is. Toch zijn sommige dingen veranderd in de laatste decennia, benadrukt Santing. Dit baseert ze onder meer op recentelijk verschenen gegevens over de sociaal-culturele positie van leden van migrantengroepen in Nederland (Werelden van Verschil, 2015). Zo wijzen cijfers uit dat 53% van de Turken in Nederland gematigd gesegregeerd is. Volgens Santing is dit terug te zien in een aantal gedragskenmerken van de Turkse gemeenschap. Veel Turken onderhouden hechte banden met hun eigen groepen welke niet emanciperen. Het feit dat in 2015 bijna de helft van de Nederlandse Turken deelnamen aan de verkiezingen in Turkije, laat zien dat er veel aandacht is voor wat in het land van herkomst gebeurt. Dit terwijl maar 20% van de Nederlandse Turken daadwerkelijk gericht zou zijn op wat in Nederland gebeurt (Werelden van Verschil, 2015). Een andere opmerkelijke verandering, geeft Santing aan, is dat de Nederlandse taalvaardigheid van de Turkse gemeenschap achteruit is gegaan ten opzichte van een decennia geleden.

Santing legt een link tussen deze ontwikkelingen en de actieve betrokkenheid van de Turkse overheid met de Turkse diaspora in Nederland. Sinds de Yunus-affaire in 2013, is dit volgens Santing in de afgelopen jaren steeds sterker waar te nemen. Er zijn meer Turks-Nederlandse organisaties ontstaan waarbij de koers duidelijk gericht is op de regerende AK-partij. Santing wijst op de opmerkelijke houding van veel 3e generatie Turken in Nederland, die een conservatievere kijk lijken te hebben en zich prettig voelen bij ontwikkelingen in Turkije die overeenkomen met hun meer conservatieve idealen en de nadruk leggen de op materiële vooruitgang van Turkije die onder het bewind van de AK-partij gestalte hebben gekregen. Dit terwijl onder een niet onbelangrijk deel van de Turken in Turkije nadrukkelijk het streven naar meer democratie wordt nagestreefd.

Vergelijkbaar aan de situatie in Turkije ziet Santing in de Nederlands-Turkse gemeenschap enerzijds een groep die vast blijft houden aan het secularisme terwijl voor een ander deel religie een grote rol speelt. Ze eindigt haar verhaal met de vraag of er wellicht sprake is van een worsteling binnen de groep waarbij men enerzijds probeert te integreren in de Nederlandse samenleving en anderzijds vast blijft zitten in de eigen kringen en hierdoor juist geremd wordt in de integratie. Met andere woorden; de wil is er, maar wordt dit misschien afgezwakt door de hoge mate van segregatie? En welke rol speelt Ankara hierin?

Meer Turk of meer Nederlander?
Aansluitend op Santings concluderende vraag, vroeg bestuurslid Erhan Yildiz aan de gasten of zij zich meer Turk of meer Nederlander voelen. Uit de gedachtewisseling die hieruit voortvloeide werd het feit onderstreept dat het lastig is om een concrete definitie van ‘het Turk zijn’ te geven omdat het moeilijk is om Turken op grond van etniciteit te groeperen. Enkele gasten gaven aan dat ze de beleving van twee culturen meer als verrijking zien dan als opties waar ze uit zouden moeten kiezen. Een andere gast gaf aan zich meer verbonden te voelen met het land Turkije dan met de Turkse bevolking. De levendige reacties maakten wederom duidelijk dat dit een complexe vraag blijft die door ieder individu anders wordt beschouwd en voor velen ook geen echt antwoord heeft.

De avond eindigde met een alom positief ontvangen voorstel van oud-bestuurslid Melek Usta om in de nabije toekomst een debat te organiseren waarbij nader kan worden ingegaan op dit onderwerp. Daarover later meer.

Reacties zijn gesloten.